Onweer

Onweer wordt gedefinieerd als "één of meerdere plotselinge elektrische ontladingen, waarneembaar als een lichtflits (bliksem) en een scherp rommelend geluid (donder)". Onweerswolken behoren tot het wolkengeslacht cumulonimbus.

We spreken van weerlicht als de bliksem slechts als een oplichtend verschijnsel achter of tussen de wolken herkenbaar is (eventueel achter de horizon). Het eigenlijke bliksemkanaal blijft dus onzichtbaar en de donder is binnen normale gehoorsafstand niet altijd hoorbaar.
Er is sprake van onweer en dus van een onweersdag, als er minstens één bliksem wordt waargenomen door een detectiesysteem of een waarnemer.

Of er al dan niet onweer ontstaat, hangt af van vele factoren. De atmosfeer moet onstabiel zijn, zoals op dagen met warme en vochtige lucht in de onderste luchtlagen, of bij zeer koude lucht in de hogere lagen. Er moet bij voorkeur een optillingsmechanisme bestaan zoals een front of een convergentielijn. Om een zeer zwaar onweer uit te lokken, met gevaar voor hagel en zware windstoten, moet er ook een zogenaamde windschering zijn. Dit betekent dat de windkracht met de hoogte sterk toeneemt en dat ook de windrichting met de hoogte duidelijk verandert.

 

Onweer is altijd verbonden aan het ontstaan van een cumulonimbus

Aanverwante begrippen

Relatieve luchtvochtigheid