Maximumtemperatuur

Voor meer uitleg over Universele Tijd (UTC), wintertijd en zomertijd zie:
http://www.astro.oma.be/GENERAL/INFO/nli001.html

Maximumtemperaturen in de weerberichten

In de weerberichten worden er voor verschillende regio's maximumtemperaturen voorspeld, geldig voor een hoogte van 1,5 m. Dit is de hoogst voorspelde temperatuur voor de dagperiode tussen 06.00 en 18.00 UTC (voor klimatologische waarnemingen wordt met een periode van 24 uur gewerkt). De maxima worden in België doorgaans bereikt rond 14.30 UTC en dit het hele jaar door. Dit is 2 tot 3 uur na de hoogste stand van de zon. De maxima in de zomertijd worden doorgaans geobserveerd rond 16u30 lokale tijd en in de wintertijd rond 15u30 lokale tijd. Uiteraard kan het maximum waargenomen worden op een totaal ander moment van de dag, bijvoorbeeld om 09u00. Dit kan gebeuren als er op dat ogenblik een belangrijk koufront doortrekt.

Factoren die de maximumtemperaturen bepalen


Er zijn veel factoren die de maxima bepalen:

  • De bewolkingsgraad is zowat de belangrijkste parameter. Hoe meer bewolking, hoe minder hoog de maxima oplopen. Vooral lage wolken zoals stratus kunnen problemen veroorzaken bij temperatuurvoorspellingen. Lage wolken kunnen hardnekkig lang blijven hangen in een bepaalde streek, terwijl het 20 km verderop zonnig is.
  • De wind. Bij rustig weer zal het dikwijls een tweetal graden warmer zijn dan bij winderig weer.
  • Het vochtgehalte van de lucht. Waterdamp absorbeert sterk infrarode aardstraling zodat vochtige lucht voor een hogere temperatuur zorgt. De waterdamp zal immers na absorptie opnieuw straling uitzenden, die dan weer deels naar het aardoppervlak gaat (zie ook bij minimumtemperatuur).
  • Het bodemtype. In vergelijkbare situaties zal de temperatuur overdag hoger oplopen boven zandgronden dan boven kleigronden. Leemgronden, die typisch zijn voor Centraal-België, nemen een tussenpositie in. Kleigronden hebben veel maar kleine luchtporiën, zodat ze in vergelijking met zandgronden het water veel hardnekkiger vasthouden. Hierdoor is bij klei een groot deel van de luchtporiën bezet door water, en bevatten zandgronden meer lucht. Water is een vrij goede warmtegeleider, zodat bij een kleigrond meer warmte naar de bodem verdwijnt. Lucht is een slechte geleider, waardoor bij zandgrond minder warmte naar de bodem gaat. Daarom is een zandgrond oppervlakkig soms zeer warm (en de lucht erboven ook), maar wordt snel terug koeler als je een beetje dieper graaft.
  • Als het al lange tijd droog is, zullen de maxima hoger oplopen. De energie van de zonnestralen gaat immers minder verloren aan het verdampen van bodemvocht.
 

Aanverwante begrippen

Minimumtemperatuur