Cumulonimbus

De cumulonimbus, vaak afgekort als Cb, is een enorme stapelwolk die het gevolg is van diepe convectie. Het is de wolk die onweer produceert. Hij bestaat uit (onderkoelde) druppeltjes en ijskristallen en kan in alle seizoen voorkomen, maar heeft toch een duidelijke voorkeur voor de zomer. In de winter kunnen de toppen reiken tot 4 km hoogte, maar in de zomer halen ze hoogtes van ongeveer 13 of zelfs 15 km in onze streken.

De Cb kan extreem weer veroorzaken: tornado's, valwinden, grote hagel, veel bliksems en een massa neerslag op korte tijd.

Er zijn 2 soorten Cb's: cumulonimbus calvus en cumulonimbus capillatus. De cumulonimbus calvus ontstaat uit een cumulus congestus. De overgang gebeurt als het hoogste deel van de stapelwolk steeds meer uit ijskristallen begint te bestaan en de onderkoelde druppeltjes verdwijnen. De scherpe contouren van de wolkentoppen verdwijnen dan en de wolk krijgt een diffuus voorkomen.

De cumulonimbus capillatus ontstaat uit een cumulonimbus calvus. De ijsvorming in de top gaat verder en de wolken kunnen stilaan beginnen stoten tegen de tropopauze (een stabiele laag met warmere lucht). Hierdoor gaan ze zich horizontaal uitspreiden en een typisch aambeeld vormen, dat we incus noemen.

 

Bij cumulonimbus calvus begint de top stilaan diffuser te worden door ijsvorming.

Een cumulonimbus capillatus kan een aambeeld (incus) krijgen zodat het geheel op een paddestoel gelijkt.

Cumulonimbus capillatus incus