Atmosfeer

De samenstelling van de atmosfeer

De aardse atmosfeer of de dampkring bestaat uit een mengsel van gassen dat we lucht noemen. De belangrijkste gassen zijn N2 (stikstofgas) en O2 (zuurstofgas), die respectievelijk 78% en 21% van het volume innemen. Argon neemt 0,9% van het volume in en CO2 ongeveer 0,03%. De resterende sporengassen zijn neon, helium, krypton, xenon, waterstof, methaan, ozon, CO, ammoniak,…. Tot een hoogte van 90 km blijft de samenstelling van de lucht bijna gelijk. Een belangrijk gas dat niet vermeld werd, is waterdamp. Afhankelijk van de locatie (woestijnen, oceanen,…) en de temperatuur komt waterdamp in sterk wisselende concentraties voor waarbij het volume kan variëren van 0,1% tot ongeveer 5%.

In de atmosfeer komen ook nog vaste deeltjes of aerosolen voor zoals zouten uit zee, klei- en stofdeeltjes, vulkaanstof en verbrandingsdeeltjes. Deze deeltjes zijn belangrijk bij de neerslagvorming.

 

Het temperatuursverloop in de atmosfeer

De dampkring bestaat uit verschillende sferen. De laag die aan het aardoppervlak grenst, noemen we de troposfeer. In deze globaal genomen 13 km dikke sfeer speelt zich het weer af. Gemiddeld daalt de temperatuur in de troposfeer met 0,65°C per 100 m. De temperatuur aan het aardoppervlak schommelt globaal rond 15°C en de top van de troposfeer, waar de tropopauze begint, is gemiddeld -56°C koud.

De zogenaamde stratosfeer strekt zich uit tussen ongeveer 13 en 50 km hoogte. In deze sfeer bevindt zich de belangrijke ozonlaag. De temperatuur stijgt opnieuw, tot hij op 50 km hoogte het vriespunt bereikt.

In de mesosfeer (50 tot 80 km hoogte) daalt de temperatuur weer snel tot -90°C, terwijl hij in de hogergelegen thermosfeer opnieuw snel oploopt.

 

Temperatuurverloop in de atmosfeer

Aanverwante begrippen

Relatieve Luchtvochtigheid

Wolk