Onweer (eencellig)

Eencellig onweer is één van de vier onweertypes. Het ontstaat vaak op warme dagen door convectie in een onstabiele atmosfeer. Ze ontwikkelen zich in een luchtmassa, met andere woorden fronten of een ander grootschalig optillingsmechanisme liggen niet in de buurt. Het reliëf bevordert hun ontwikkeling. Ook in de koude maanden kunnen dergelijke onweders gevormd worden indien er in de hoge luchtlagen zeer koude lucht wordt aangevoerd.

Uit de bijgevoegde figuur blijkt dat er in de groeifase van een onweersbui eerst een stijgstroom ontstaat. Op een bepaald ogenblik zal de stijgstroom bezwijken onder het gewicht van de alsmaar groeiende wolkenelementen zodat er een daalstroom verschijnt. Bij eencellig onweer zullen de stijg- en daalstroom dicht in elkaars buurt voorkomen en zo elkaar hinderen. Bij dit type van onweer verandert de wind met de hoogte immers weinig of niet in kracht en richting. Het resultaat is dan eencellig onweer meestal niet langer dan 30 minuten bestaat.

Deze onweders veroorzaken niet het extreme weer. Maar er kunnen wel lokale problemen ontstaan omdat de buien door het gebrek aan wind traag bewegen zodat hier en daar toch flink wat neerslag kan vallen op korte tijd. Naast het gevaar voor wateroverlast kunnen er ook windstoten en kleinere hagelbollen voorkomen.

 

De ontwikkelingsfase, de volwassen fase en het eindstadium van een eencellig onweer.