Onweer (supercel)

De zeer sterk georganiseerde supercel is één van de vier onweertypes. Het is potentieel het zwaarste onweer dat af en toe ook in onze streken voorkomt en een ware ravage kan aanrichten (zowel in het warme als in het koude seizoen). Supercellen kunnen volledig geïsoleerd van andere onweerscellen tot ontwikkeling komen en dan zijn ze het gevaarlijkst omdat ze niet gehinderd worden. Ze kunnen zich echter ook manifesteren in clusters van onweerscellen of in squall lines.

Het is vooral in een omgeving met grote windscheringen dat supercellen gevormd worden. Met windscheringen bedoelen we hier dat de wind met de hoogte sterk verandert in richting en in kracht. Hierdoor zullen daal- en stijgstroom mooi gescheiden van elkaar verlopen met een krachtige en "super" georganiseerde cel als gevolg.

Supercellen, die uren kunnen blijven bestaan, zijn berucht voor mogelijke windhozen (tornado's). Maar zeker niet alle supercellen produceren windhozen en in feite gaat het zelfs om een minderheid. Tornado's kunnen ook bij de andere onweertypes voorkomen maar het is in de eerste plaats bij supercellen dat de echt zware exemplaren zich kunnen ontwikkelen.

In feite is de supercel een speciaal soort van eencellig onweer. Bijzonder is dat de stijgstroom door de windschering een roterende beweging maakt, men spreekt dan van een mesocycloon. Een supercel heeft bijvoorbeeld een diameter van 30 km en de mesocycloon van 5 à 10 km. Eventuele windhozen zijn nog veel kleiner met meestal een diameter van tientallen tot honderden meters.

Andere gevaren bij supercellen zijn valwinden, grote hagelstenen en zeer veel neerslag op korte tijd.

 

Een radarbeeld van Zaventem (Belgocontrol) met een uitzonderlijke situatie op 1 oktober 2006 waarbij enkele supercellen gelijktijdig actief zijn boven ons land. Deze cellen zijn niet groot in omvang (het woordje "super" wijst eerder op de hoge graad van organisatie) zodat de schade lokaal is.

Een supercel die niet gehinderd wordt door naburige onweerscellen is het gevaarlijkst.