Hagel

Hagel is een vaste neerslagvorm die bestaat uit bolvormige of onregelmatige ijsklompen. Hij ontstaat in onstabiele en verticaal zeer sterk ontwikkelde wolken. Het gaat vrijwel altijd om de onweerswolk cumulonimbus. Per definitie heeft een hagelsteen een diameter van minstens 5 mm, anders gaat het om korrelhagel die men soms ook zachte hagel noemt. Echte of harde hagel is een verschijnsel van het warme seizoen. Korrelhagel is een typisch verschijnsel van het koude seizoen.

Meestal blijven hagelstenen eerder klein met diameters van 1 à 2 cm. Het is vrij uitzonderlijk dat hagelstenen in ons land groter worden dan 5 cm, maar er zijn al wel records opgetekend tot 8 of 9 cm diameter. De schade aan auto's, ramen, dakpannen en vegetatie kan enorm zijn. Dit hebben de hagelstormen tijdens het pinksterweekend van 2014 bewezen.

Om echte hagel te vormen zijn volgende voorwaarden nodig:

  • De atmosfeer moet zeer onstabiel zijn hetgeen tot grote verticale stijg- en daalbewegingen in de onweerswolken leidt. Deze onstabiliteit onstaat in de zomer wanneer de onderste luchtlagen sterk opgewarmd worden. De krachtige stijgstromen zijn nodig om de hagel voldoende lang in de wolk te kunnen houden, zodat hij verder kan aangroeien.
  • Er is veel vocht nodig voor het aangroeien van de hagelstenen. In het winterseizoen is de lucht te koud om veel vocht te kunnen bevatten, zodat korrelhagel veel kleiner is.

Het ontstaan van hagel gebeurt in eerste instantie zoals is uitgelegd bij neerslagvorming. Het grote verschil met de andere neerslagvormen is dat de ijsdeeltjes bij hagel door de enorme verticale bewegingen lang in de wolken kunnen gehouden worden en dat de ijsklompjes verschillende keren op en neer bewegen. Lager in de wolk is het minder koud en is er contact met onderkoelde druppels. Hoger in de wolk is het veel kouder en daar vindt een afzetting van korrelig ijs plaats. Het resultaat is dat een hagelbol een gelaagde structuur krijgt met afwisselend doorzichtig en luchtig, wit ijs.

 

Het ontstaan van hagel gebeurt in eerste instantie zoals is uitgelegd bij neerslagvorming. Het grote verschil met de andere neerslagvormen is dat de ijsdeeltjes bij hagel door de enorme verticale bewegingen lang in de wolken kunnen gehouden worden en dat de ijsklompjes verschillende keren op en neer bewegen. Lager in de wolk is het minder koud en is er contact met onderkoelde druppels. Hoger in de wolk is het veel kouder en daar vindt een afzetting van korrelig ijs plaats. Het resultaat is dat een hagelbol een gelaagde structuur krijgt met afwisselend doorzichtig en luchtig, wit ijs.