Trog

Een trog is een langwerpige uitloper van een lagedrukgebied.

De figuur toont de aanwezigheid van een trog boven de Noordzee (de as van de trog wordt aangegeven door de stippellijn). De volle lijnen op de kaart zijn isobaren: deze lijnen verbinden de punten met een gelijke luchtdruk. We stellen vast dat de isobaren een U-vorm hebben, wat typisch is voor een trog. Op de as van de trog (de gestippelde lijn), is de luchtdruk lager dan de druk voor en achter de trog. Om een eenvoudige vergelijking te maken: indien de isobaren de hoogtelijnen op een topografische kaart zouden zijn, dan zouden de lagedrukgebieden grote diepe gaten zijn en de troggen valleien.

De passage van een trog wordt gekenmerkt door een val van de druk aan de voorzijde van de trog, gevolgd door een toename van de druk aan de achterzijde van de trog.

Op de trog zit meestal een buienlijn en vaak gaat hij gepaard met een tijdelijke toename van de windsterkte, die gelinkt is aan de bundeling van de isobaren aan de voor- en achterzijde van de trog.