Bevroren of geen bevroren ruiten?

Op sommige ochtenden moeten we de voorruit van onze wagen krabben en op andere ochtenden niet. Waarom? Alles is een kwestie van de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer en de temperatuur.

Het water in de atmosfeer kan gasvormig zijn (waterdamp), vloeibaar (waterdruppels) of vast (ijskristallen). De hoeveelheid water in de atmosfeer en de omgevingstemperatuur bepalen de toestand van het water.

De maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten, hangt af van de temperatuur (cfr. onderstaande figuur). Wanneer de atmosfeer haar maximale hoeveelheid waterdamp heeft bereikt, zeggen we dat ze verzadigd is (bijvoorbeeld 9,4 g water per kubieke meter bij 10 °C). Als we de hoeveelheid water in een verzadigde atmosfeer opdrijven, zal de toestand van het water veranderen naar vloeibaar (condensatie) of vast (sublimatie). Het zijn deze waterdruppels of ijskristallen die wolken zullen vormen.

Telkens de hoeveelheid waterdamp te groot wordt of als de temperatuur verlaagt, geraakt de lucht verzadigd met waterdamp en ontstaan er wolken samengesteld uit waterdruppels en/of ijskristallen.

Als dit fenomeen zich op de grond voordoet, is er mistvorming. Soms is de temperatuur aan de grond of op voertuigen veel lager dan de luchttemperatuur. In dat geval kan waterdamp condenseren in de vorm van dauw of desublimeren (directe overgang van gasvormige naar vaste toestand) in de vorm van ijs. Als de druk die de damp uitoefent op de grond of op een voertuig lager is dan de druk van de verzadigde lucht, is er geen dauw, noch ijsvorming op koude oppervlakken.